daadwerkelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- daad·wer·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | daadwerkelijk |
| verbogen | daadwerkelijke |
Bijvoeglijk naamwoord
daadwerkelijk
- ook echt plaats vindend
- Na de goedkeuring en maandenlange planning kon het daadwerkelijke bouwen starten.
Vertalingen
1. ook echt plaats vindend
Bijwoord
daadwerkelijk
- echt plaats vindend
- Als er daadwerkelijk een auto wordt weggegeven, doe ik misschien wel mee.