rail
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rail
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rail | rails |
| verkleinwoord | railsje | railsjes |
Zelfstandig naamwoord
- een metalen staaf waar het wiel van een railvoertuig op rijdt
- Een trein rijdt op rails.
- een baan waar een railvoertuig over rijdt
- Het vervoer vond plaats per rail.
- een metalen richel waarover een deur of luik kan schuiven
- Een schuifdeur loopt over een rail.
- een metalen richel waarover een gordijn dat aan wieltjes hangt, kan rollen
- De rail voor het gordijn zit boven het raam bevestigd.
Synoniemen
- [1] spoorstaaf
- [2] spoor, spoorweg
- [4] gordijnroe, gordijnroede
Afgeleide begrippen
- railauto, railinfrastructuur, railkanon, railnet, railsysteem, railterminal, railtraject, railtransport, railverbinding, railverkeer, railvervoer, railvoertuig
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een metalen staaf waar het wiel van een railvoertuig op rijdt
2. een baan waar een railvoertuig over rijdt
4. een metalen richel waarover een gordijn dat aan wieltjes hangt, kan rollen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| rail | rails |
Zelfstandig naamwoord
rail