protocol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·to·col
enkelvoud meervoud
naamwoord protocol protocollen, protocols
verkleinwoord protocolletje protocolletjes

Zelfstandig naamwoord

protocol o

  1. geheel van voorschriften en afspraken in de internationale diplomatieke omgang
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen