notaris

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • no·ta·ris
enkelvoud meervoud
naamwoord notaris notarissen
verkleinwoord notarisje notarisjes

Zelfstandig naamwoord

notaris m

  1. (beroep) jurist die bevoegd is om authentieke documenten op te maken, te bewaren en uit te geven
    Joods vastgoed met hulp notarissen onteigend [1]
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. www.nu.nl