praat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • praat

Werkwoord

vervoeging van
praten

praat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van praten
  2. gebiedende wijs van praten
enkelvoud meervoud
naamwoord praat -
verkleinwoord praatje praatjes

Zelfstandig naamwoord

praat m

  1. het spreken over een bepaald onderwerp
    Wat is dat voor rare praat!
Afgeleide begrippen