paart

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • paart

Werkwoord

vervoeging van
paren

paart

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van paren
    Jij paart.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van paren
    Hij paart.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van paren
    Paart!