brief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brief
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Volkslatijnse *bręvẹ, klassiek brevis ("kort") [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord brief brieven
verkleinwoord briefje briefjes

Zelfstandig naamwoord

brief m

  1. een geschreven bericht van een persoon naar een ander, meestal in een omslag per post verzonden
    Je moet nog een brief naar Tessa sturen.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
briefen

brief

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van briefen
    Ik brief.
  2. gebiedende wijs van briefen
    Brief!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van briefen
    Brief je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

brief

  1. kort