brief
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- brief
Woordherkomst en -opbouw
- Ontleend aan het Volkslatijnse *bręvẹ, klassiek brevis ("kort").
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | brief | brieven |
| verkleinwoord | briefje | briefjes |
Zelfstandig naamwoord
brief m
- een geschreven bericht van een persoon naar een ander, meestal in een omslag per post verzonden
- Je moet nog een brief naar Tessa sturen.
Afgeleide begrippen
- bombrief, briefgeheim, briefkaart, brievenbus, dreigbrief, kettingbrief, liefdesbrief, poederbrief, zelfmoordbrief
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een geschreven bericht van een persoon naar een ander, meestal in een omslag per post verzonden
|
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| briefen |
brief
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van briefen
- Ik brief.
- gebiedende wijs van briefen
- Brief!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van briefen
- Brief je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Engels
Uitspraak
- Geluid: brief (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /brif/
Bijvoeglijk naamwoord
brief