plezier
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ple·zier
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | plezier | - |
| verkleinwoord | pleziertje | pleziertjes |
Zelfstandig naamwoord
plezier o
- een staat van genoegen
- Hij ondervond veel plezier daarvan.
- iets wat genoegen schept
- Hij deed haar daarmee een pleziertje.