plezier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ple·zier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plezier -
verkleinwoord pleziertje pleziertjes

Zelfstandig naamwoord

plezier o

  1. een staat van genoegen
    Hij ondervond veel plezier daarvan.
  2. iets wat genoegen schept
    Hij deed haar daarmee een pleziertje.
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie