pret

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pret
enkelvoud meervoud
naamwoord pret -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

pret v/m

  1. een genoeglijke en vrolijke ervaring
    De kinderen hadden dikke pret in de verse sneeuw.


West-Vlaams

Zelfstandig naamwoord

pret

  1. prei
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen