naast

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naast

Bijvoeglijk naamwoord

naast

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van na

Voorzetsel

naast

  1. aan de zijkant van
    Op deze foto zie je hem naast zijn beste vriend staan.
Anagrammen
Vertalingen
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     naast  
 persoonlijk     ernaast  
aanwijz.   nabij     hiernaast  
  veraf     daarnaast  
  vragend/betrekk.     waarnaast  

Bijwoord

naast

  1. het doel missend
    Het schot ging helaas naast.
  2. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    ernaast: Er stond een boompje naast.

Werkwoord

vervoeging van
naasten

naast

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van naasten
  2. gebiedende wijs van naasten