overzicht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·zicht
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | overzicht | overzichten |
| verkleinwoord | overzichtje | overzichtjes |
Zelfstandig naamwoord
overzicht o
- toestand waarvan men het geheel duidelijk kan overzien
- Op de heuvel hadden we een overzicht over het plein.
- samenvatting van de inhoud; beschrijving in hoofdlijnen
- Kijk hier voor een overzicht van 260.000 buitenlandse tijdschriften die ook nog direct te bestellen zijn.
Synoniemen
- [1]: overzien
- [2]: resumé
- [2]: samenvatting
- [2]: uittreksel
Afgeleide begrippen
- [1]: onoverzichtelijk
- [1]: overzichtelijk
- [1]: overzichtstentoonstelling
- [2]: jaaroverzicht
- [2]: programmaoverzicht
- [2]: weekoverzicht
Vertalingen
1. toestand dat je het geheel kunt duidelijk overzien