overtuigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • over·tui·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overtuigen
overtuigde
overtuigd
zwak -d volledig

Werkwoord

overtúígen

  1. (overgankelijk) met argumenten tot andere visies brengen
    Elke dag staan we voor de uitdaging om anderen te overtuigen, zowel op het werk als privé.
  2. (overgankelijk) (scheepvaart) een zeilschip tuigen met te veel zeiloppervlak
    Zij hadden hun schip overtuigd en kwamen daardoor in de problemen.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overtuigen
tuigde over
overgetuigd
zwak -d volledig

Werkwoord

óvertuigen

  1. (inergatief) (scheepvaart) een ander tuig opzetten, met name bij een zeilplank
    Ik heb uiteindelijk toch maar overgetuigd naar 4.7.
Synoniemen