overtuigen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA: /ovərˈtœyɣən/
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA: /'ovərtœyɣən/
Woordafbreking
- over·tui·gen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overtuigen |
overtuigde |
overtuigd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
overtúígen
- (overgankelijk) met argumenten tot andere visies brengen
- Elke dag staan we voor de uitdaging om anderen te overtuigen, zowel op het werk als privé.
- (overgankelijk) (scheepvaart) een zeilschip tuigen met te veel zeiloppervlak
- Zij hadden hun schip overtuigd en kwamen daardoor in de problemen.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een denkbeeld doen aanvaarden
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overtuigen |
tuigde over |
overgetuigd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
óvertuigen
- (inergatief) (scheepvaart) een ander tuig opzetten, met name bij een zeilplank
- Ik heb uiteindelijk toch maar overgetuigd naar 4.7.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Klemtoonhomogram in het Nederlands
- Voorvoegsel over- in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Scheepvaart in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands