overnachten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·nach·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overnachten
overnachtte
overnacht
zwak -t volledig

Werkwoord

overnachten

  1. ergens de nacht doorbrengen
    Als we niet snel vertrekken zullen we hier moeten blijven overnachten.
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen