overbieden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Uitspraak
Woordafbreking
- over·bie·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overbieden |
overbood |
overboden |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
overbíéden
- (overgankelijk) een hoger bod uitbrengen dan een ander.
- Je bent overboden en daarom gaat het huis naar de andere bieder.
Vertalingen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overbieden |
bood over |
overgeboden |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
óverbieden
- (inergatief) opnieuw de bieding zijn beslag laten krijgen.
- Het spijt me, maar er wordt niet overgeboden.