optellen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·tel·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| optellen |
telde op |
opgeteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
optellen
- (overgankelijk) (wiskunde) bij elkaar tellen; het samenvoegen van twee of meer termen tot een totaal, de som genoemd
- Als je twee bij twee optelt, krijg je vier.
Vertalingen
1. bij elkaar tellen; het samenvoegen van twee of meer termen tot een totaal, de som genoemd
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.