nummeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- num·me·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| nummeren |
nummerde |
genummerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
nummeren
- (overgankelijk) een uniek getal aan iets hechten, gewoonlijk in oplopende rangorde
- Je moet de tabellen nog nummeren.