number
Uit WikiWoordenboek
Engels
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| number | numbers |
Zelfstandig naamwoord
number
- aantal
- A certain number of people. – Een zeker aantal mensen.
- nummer
- Horse number 5 won the race. – Paard nummer 5 won de race.
- getal
- 4 is a number. – 4 is een getal.
Werkwoord
number
- nummeren
- Number the baskets so that we can find them easily. – Nummer de manden zodat we ze makkelijk kunnen terugvinden.

