noot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- noot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | noot | noten |
| verkleinwoord | nootje | nootjes |
Zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) een harde boomvrucht
- Beuken en hazelaars brengen noten voort.
- (muziek) een schriftteken voor een geluid van zekere tijdsduur en toonhoogte
- In maat twintig verslikte de zangeres zich in al die snelle nootjes.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- aardnootolie, betelnootpalm, muskaatnootboom, nootmuskaat, nootolie, nootwaarde, walnootboom, walnootolie, walnootvulling
Verwante begrippen
Vertalingen
1. (plantkunde) een harde boomvrucht