noot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • noot
enkelvoud meervoud
naamwoord noot noten
verkleinwoord nootje nootjes

Zelfstandig naamwoord

noot v/m

  1. (plantkunde) (voeding) een harde boomvrucht
    Beuken en hazelaars brengen noten voort.
  2. (muziek) een schriftteken voor een geluid van zekere tijdsduur en toonhoogte, een muzieknoot
    In maat twintig verslikte de zangeres zich in al die snelle nootjes.
  3. aantekening onder of achter een tekst, een voetnoot
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen