navel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·vel
Woordherkomst en -opbouw
  • (erfwoord) van Germaans *nablō, op zijn beurt van Indo-Europees *h₃nobʰ-ilos; de uitgang -ilos vormt een verkleinwoord en het naamwoord zelf bestaat ook in het Nederlands: naaf (zie aldaar).
enkelvoud meervoud
naamwoord navel navels
verkleinwoord naveltje naveltjes

Zelfstandig naamwoord

navel m

  1. (anatomie) rond litteken in de buik van de navelstreng van zoogdieren, op de plaats waar deze het kind of jong in ging
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

navel

  1. (anatomie) navel.


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

navel

  1. (anatomie) navel.