naaf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naaf
Woordherkomst en -opbouw

afkomstig van:

Oudnederlands *nava
Germaans *nabō
Indo-Europees: *h₃nobʰ-
  • Verwant in Germaans:
West
Nederlands: navel
Duits: Nabe «naaf», Nabel «navel»
Engels: navel «navel»
Noord
Deens: nav
  • Andere Indo-Europese talen
Helleens
Oudgrieks: ὀμφαλός
Italisch
Latijn: umbilicus, umbo
Indo-Iraans
Sanskriet: नाभि (nābhi)
Perzisch: ناف (nāf)
Keltisch
Oudiers: imbliu
Middeliers: imblecan
Baltisch
Oudpruisisch: nabis
Lets: naba
enkelvoud meervoud
naamwoord naaf naven
verkleinwoord naafje naafjes

Zelfstandig naamwoord

naaf v/m

  1. centrale as of middenstuk van een wiel of rad
    De spaken verbinden de naaf met de velg van een fietswiel.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen