moord
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- moord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | moord | moorden |
| verkleinwoord | moordje | moordjes |
Zelfstandig naamwoord
- het opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven beroven
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- De moord op iemand.
- Een moord plegen.
Vertalingen
1. het opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven beroven
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| moorden |
moord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moorden
- Ik moord.
- gebiedende wijs van moorden
- Moord!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moorden
- Moord je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.