moord

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moord
enkelvoud meervoud
naamwoord moord moorden
verkleinwoord (moordje) (moordjes)

Zelfstandig naamwoord

moord v/m

  1. het opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven beroven
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • De moord op iemand.
  • Een moord plegen.
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
moorden

moord

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moorden
    Ik moord.
  2. gebiedende wijs van moorden
    Moord!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moorden
    Moord je?