murder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudengelse woord morðor.
enkelvoud meervoud
murder murders

Zelfstandig naamwoord

murder

  1. moord
    «There were three murders in the town last year.»
    Er waren drie moorden in de stad vorig jaar.
  2. moordzaak
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: judicial murder
justitiemoord
  • [1]: murder and robbery / murder and robbery
roofmoord
  • [1]: murder by poisoning
gifmoord
  • [1]: premeditated murder
doodslag met voorbedachten rade
  • [1]: ritual murder
een rituele moord
  • [1]: serial murder
seriemoord
  • [1]: sexual murder
een seksuele moord
  • [1]: treacherous murder
sluipmoord
vervoeging
onbepaalde wijs to murder
he/she/it murders
verleden tijd murdered
voltooid
deelwoord
murdered
onvoltooid
deelwoord
murdering
gebiedende wijs murder

Werkwoord

murder

  1. (overgankelijk) afslachten, moorden, ombrengen, vermoorden
    «A relation of her said in a statement that the girl was murdered
    Een relatie van haar zei in een verklaring dat het meisje werd vermoord.
  2. (overgankelijk) verknoeien
Synoniemen