droom
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- droom
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | droom | dromen |
| verkleinwoord | droompje | droompjes |
droom
- beelden die men ziet wanneer men slaapt.
- gedachte waarvan met graag had gehad dat ze werkelijkheid werd; de droom van wereldvrede.
Vertalingen
1. beelden die men ziet wanneer men slaapt
Werkwoord
| vervoeging van |
| dromen |
droom