moduleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·du·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
moduleren
moduleerde
gemoduleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

moduleren

  1. (inergatief) (muziek) overgaan van de ene toonsoort op de andere
    Het stuk moduleert hier van C-groot naar a-klein.
  2. (overgankelijk) (informatica) het omzetten van een analoog signaal naar een digitaal b.v. pulscodemodulatie, van analoog naar digitaal converteren
  3. (overgankelijk) (elektronica) (telecommunicatie) het moduleren van een analoog signaal op een draaggolf met veel hogere frequentie teneinde het resultaat meer geschikt te maken voor de transmissieweg
    men kan de amplitude, de fase of de frequentie moduleren
    Het signaal van de microfoon moduleert in de modulator de draaggolf.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie