moduleren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mo·du·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| moduleren |
moduleerde |
gemoduleerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
moduleren
- (inergatief) (muziek) overgaan van de ene toonsoort op de andere
- Het stuk moduleert hier van C-groot naar a-klein.
- (overgankelijk) (informatica) het omzetten van een analoog signaal naar een digitaal b.v. pulscodemodulatie, van analoog naar digitaal converteren
- (overgankelijk) (elektronica) (telecommunicatie) het moduleren van een analoog signaal op een draaggolf met veel hogere frequentie teneinde het resultaat meer geschikt te maken voor de transmissieweg
- men kan de amplitude, de fase of de frequentie moduleren
- Het signaal van de microfoon moduleert in de modulator de draaggolf.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
- demodulatie, modulatie, modulator, modulering, amplitudemodulatie, fasemodulatie, frequentiemodulatie
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Achtervoegsel -eren in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Muziek in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Informatica in het Nederlands
- Elektronica in het Nederlands
- Telecommunicatie in het Nederlands