mislopen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mis·lo·pen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| mislopen |
liep mis |
misgelopen |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
mislopen
- (ergatief) niet op de juiste tijd op de juiste plaats zijn om iets mee te maken
- Hij is door autopech dat prachtige concert misgelopen.
- (ergatief) fout aflopen
- Zijn plannetje liep helemaal mis door die plotselinge sneeuwval.
Vertalingen
1. niet op de juiste tijd op de juiste plaats zijn om iets mee te maken