mislopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·lo·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van lopen met het voorvoegsel mis-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
mislopen
liep mis
misgelopen
klasse 7 volledig

Werkwoord

mislopen

  1. (ergatief) niet op de juiste tijd op de juiste plaats zijn om iets mee te maken
    Hij is door autopech dat prachtige concert misgelopen.
  2. (ergatief) fout aflopen
    Zijn plannetje liep helemaal mis door die plotselinge sneeuwval.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen