kleinzoon
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- klein·zoon
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kleinzoon | kleinzoons, kleinzonen |
| verkleinwoord | kleinzoontje | kleinzoontjes |
Zelfstandig naamwoord
kleinzoon m
- (familie) een zoon van iemands kind, een mannelijk kleinkind
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een zoon van iemands kind, een mannelijk kleinkind
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.