kasteel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kas·teel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kasteel | kastelen |
| verkleinwoord | kasteeltje | kasteeltjes |
Zelfstandig naamwoord
kasteel o
- (bouwkunde) een middeleeuwse versterkte woning, ook wel burcht of slot genoemd
- Kasteel Hoensbroek is een van de mooiste en grootste kastelen van Nederland. Het oudste deel van het kasteel stamt uit 1250.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
Het kasteel van Laken.
Vertalingen
1. een middeleeuwse versterkte woning
het kasteel van Laken
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.