kaap
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kaap
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kaap | kapen |
| verkleinwoord | kaapje | kaapjes |
Zelfstandig naamwoord
- (aardrijkskunde) een in zee vooruitstekende landpunt.
- (Vlaams) belangrijk moment, mijlpaal.
- (scheepvaart) van oudsher een baken gebruikt door de scheepvaart met een kenmerkende vorm, opgetrokken uit hout of metaal.
Vertalingen
1. een in zee vooruitstekende landpunt
1. (Vlaams) belangrijk moment, mijlpaal
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kapen |
kaap
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kapen
- Ik kaap.
- gebiedende wijs van kapen
- Kaap!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kapen
- Kaap je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kaap | kape |
Zelfstandig naamwoord
kaap