jatten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- jat·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| jatten |
jatte |
gejat |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
jatten
- (overgankelijk) iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
- Het bleek dat zijn mobieltje gejat was door Ronald.
Synoniemen
Vertalingen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | - | jatten |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
jatten mv
- (informeel) vingers
- Blijf met je jatten van mijn eten af!