gappen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gap·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| gappen |
gapte |
gegapt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
gappen
- (overgankelijk) (informeel) iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
- Het bleek dat zijn mobieltje gegapt was door Ronald.