inspringen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·sprin·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| inspringen |
sprong in |
ingesprongen |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
inspringen
- (ergatief) met een sprong zich in iets begeven
- Hij is het water ingesprongen.
- een wat grotere kantlijn onbeschreven laten
- (ergatief) een opengevallen plaats innemen om hulp te bieden