inspringen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·sprin·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inspringen
sprong in
ingesprongen
klasse 3 volledig

Werkwoord

inspringen

  1. (ergatief) met een sprong zich in iets begeven
    Hij is het water ingesprongen.
  2. een wat grotere kantlijn onbeschreven laten
  3. (ergatief) een opengevallen plaats innemen om hulp te bieden
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen