iglo

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken
Een iglo.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • iglo
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het woord ᐃᒡᓗ (iglu, "huis") uit het Inuktitut.
enkelvoud meervoud
naamwoord iglo iglo's
verkleinwoord iglootje iglootjes

Zelfstandig naamwoord

iglo m

  1. een traditionele, meestal ronde behuizing van de Inuit die vervaardigd is van stevige sneeuwblokken.
    Er wonen niet zo veel mensen meer in iglo's.
Vertalingen

Meer informatie



Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ig·lo
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het woord igdlo (huis) uit de Eskimotaal.

Eigennaam

iglo m

  1. iglo
    «Eskimoene bodde tidligere i igloer.»
    De eskimo's woonde voormalig in iglo's.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   iglo     igloen     igloer     igloene  
genitief   iglos     igloens     igloers     igloenes  
Hyperoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ig·lo
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het woord igdlo (huis) uit de Eskimotaal.

Eigennaam

iglo m

  1. iglo
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   iglo     igloen     igloar     igloane  
genitief   iglos     igloens     igloars     igloanes  
Hyperoniemen
Persoonlijke instellingen