huisje

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /ˈhœʏʃə/
Woordafbreking
  • huis·je

Zelfstandig naamwoord

huisje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van huis
Persoonlijke instellingen
Andere talen