host
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- host
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| hossen |
host
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hossen
- Jij host.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hossen
- Hij host.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van hossen
- Host!
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| host | hosts |
Zelfstandig naamwoord
host
- gastheer, gastvrouw
- heerschaar
- groot aantal van iets
- «There is a host of problems with that approach.»
- Er kleven velerlei problemen aan die benadering.
- «There is a host of problems with that approach.»