host

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • host

Werkwoord

vervoeging van
hossen

host

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hossen
    Jij host.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hossen
    Hij host.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van hossen
    Host!

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
host hosts

Zelfstandig naamwoord

host

  1. gastheer, gastvrouw
  2. heerschaar
  3. groot aantal van iets
    «There is a host of problems with that approach.»
    Er kleven velerlei problemen aan die benadering.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen