host

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
host hosts

Zelfstandig naamwoord

host

  1. gastheer, gastvrouw
  2. heerschaar
  3. groot aantal van iets
    «There is a host of problems with that approach.»
    Er kleven velerlei problemen aan die benadering.
Persoonlijke instellingen