host
Uit WikiWoordenboek
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| host | hosts |
Zelfstandig naamwoord
host
- gastheer, gastvrouw
- heerschaar
- groot aantal van iets
- «There is a host of problems with that approach.»
- Er kleven velerlei problemen aan die benadering.
- «There is a host of problems with that approach.»