gast
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gast
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gast | gasten |
| verkleinwoord | gastje | gastjes |
Zelfstandig naamwoord
gast m
- wie ergens ontvangen, verwelkomd of op een bijzondere wijze behandeld wordt
- klant in een hotel, restaurant e.d
- wie uitgenodigd wordt voor een mediaprogramma: de centrale gast in een talkshow
- (computer) iemand zonder eigen account op een computer of netwerk
- kerel: die opvliegende gast moesten ze voor altijd van de voetbalvelden weren
Verwante begrippen
Vertalingen
1. wie ergens ontvangen, verwelkomd of op een bijzondere wijze behandeld wordt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Middelnederlands
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief | gast | gaste |
| genitief | gasts | gaste |
| datief | gaste | gasten |
| accusatief | gast | gaste |
Zelfstandig naamwoord
gast m