holder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • hol·der
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 263

Werkwoord

holder

  1. tegenwoordige tijd van holde
Vaste voorzetsels
  • holder på
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   holder     holderen     holdere     holderne  
genitief   holders     holderens     holderes     holdernes  

Zelfstandig naamwoord

holder

  1. (gereedschap) houder (voorwerp)
Afgeleide begrippen



Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • hol·der
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 226

Werkwoord

holder

  1. tegenwoordige tijd van holde
Vaste voorzetsels
  • holder til
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   holder     holderen     holdere     holderne  
genitief   holders     holderens     holderes     holdernes  

Zelfstandig naamwoord

holder

  1. (gereedschap) houder (voorwerp)
  2. houder (in samenstellingen van een persoon, bijv. boekhouder)
Afgeleide begrippen