houder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hou·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord houder houders
verkleinwoord houdertje houdertjes

Zelfstandig naamwoord

houder m [1]

  1. iemand die een bepaald stuk/recht in handen heeft.
  2. een object dat iets vasthoudt.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal