herroepen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- her·roe·pen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| herroepen |
herriep |
herroepen |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
herroepen
- zeggen dat iets, dat je eerder gezegd hebt, niet klopt
- Hij heeft haar eerst beschuldigd, maar later heeft hij dat herroepen.