hap
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hap
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hap | happen |
| verkleinwoord | hapje | hapjes |
Zelfstandig naamwoord
hap m
- beet, wat men in mond genomen heeft
- (informeel) voedsel bedoeld om een maaltijd te vormen
- Zullen we daar een hapje gaan eten?
- de hele ~ de gehele zooi
- We hebben die hele hap maar in de prullenbak gegooid.
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| happen |
hap