grappig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- grap·pig
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | grappig | grappiger | grappigst |
| verbogen | grappige | grappiger | grappigste |
Bijvoeglijk naamwoord
grappig
- de lust tot (glim-) lachen opwekkend.
- Het kind lacht om de grappige clown.
- Een klucht is een grappig toneelstuk.
- Het jonge poesje speelde grappig met een knikker.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
de lust tot (glim-) lachen opwekkend