basgitaar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bas·gi·taar
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | basgitaar | basgitaren |
| verkleinwoord | basgitaartje | basgitaartjes |
Zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een gewoonlijk elektrisch of elektronisch versterkt viersnarig instrument met een lage ligging
- De basgitaar is uit de populaire muziek nauwelijks weg te denken.