generiek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ge·ne·riek

Bijvoeglijk naamwoord

stellend
onverbogen generiek
verbogen generieke

generiek

  1. (geneesmiddel) waarvan het patent is verlopen en dat zonder merknaam op de markt wordt gebracht.
  2. algemeen, niet specifiek
  3. (biologie) behorend tot of gerelateerd aan een geslacht
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord generiek generieken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

generiek v

  1. (Vlaams) de namenlijst aan het begin of eind van een film of televisieprogramma; begintitels / aftiteling
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen