gebrek

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Lettergrepen
  • ge·brek
enkelvoud meervoud
naamwoord gebrek gebreken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gebrek o;

  1. tekort
    Er is een gebrek aan voedsel.
  2. defect, mankement
    De gebreken stapelen zich op.

Vaste voorzetsels
  • gebrek hebben aan

Vertalingen
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen
Andere talen