gebrek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·brek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gebrek | gebreken |
| verkleinwoord | gebrekje | gebrekjes |
Zelfstandig naamwoord
gebrek o
- een tekort
- Er is een gebrek aan voedsel.
- een defect, een mankement
- De gebreken stapelen zich op.
Uitdrukkingen en gezegden
- gebrek hebben aan
Vertalingen
1. een tekort