gebrekkig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·brek·kig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gebrekkig | gebrekkiger | gebrekkigst |
| verbogen | gebrekkige | gebrekkigere | gebrekkigste |
Bijvoeglijk naamwoord
gebrekkig
- één of meerdere gebreken hebbend.
- Zijn gebrekkige uitspraak zorgde ervoor dat de Fransman hem niet begreep.
Vertalingen
1. één of meerdere gebreken hebbend