fixeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- fixe·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| fixeren |
fixeerde |
gefixeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
fixeren
- (overgankelijk) de blik onafwendbaar op iets richten
- Hij fixeerde zijn blik op de secondewijzer van de klok.
- (overgankelijk) een ontwikkeld fotografisch beeld vastleggen door een behandeling met bijvoorbeeld een thiosulfaatoplossing
- Deze foto is niet goed gefixeerd en verkleurt daarom.
- (inergatief) de gedachten alsmaar om een bepaalde zaak laten draaien