fixeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fixe·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fixeren
fixeerde
gefixeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

fixeren

  1. (overgankelijk) de blik onafwendbaar op iets richten
    Hij fixeerde zijn blik op de secondewijzer van de klok.
  2. (overgankelijk) een ontwikkeld fotografisch beeld vastleggen door een behandeling met bijvoorbeeld een thiosulfaatoplossing
    Deze foto is niet goed gefixeerd en verkleurt daarom.
  3. (inergatief) de gedachten alsmaar om een bepaalde zaak laten draaien
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen