affix
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- af·fix
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Latijnse affixus
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | affix | affixen |
| verkleinwoord | affixje | affixjes |
Zelfstandig naamwoord
affix o
- (taalkunde) een gebonden morfeem dat aan een ander morfeem wordt vastgehecht om zo een nieuw woord te vormen
- De rol van het affix in de afleiding of samenstelling wordt weergegeven door een verticale streep.
Synoniemen
Hyponiemen
- achtervoegsel, ambifix, circumfix, confix, duplifix, infix, interfix, invoegsel, prefix, simulfix, suffix, suprafix, tussenvoegsel, voorvoegsel
Hyperoniemen
Verwante begrippen
| Woorddelen in het Nederlands (nld) | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
toevoegsel • voorvoegsel • achtervoegsel • invoegsel • omvoegsel |
|||||||||||
Vertalingen
1. een gebonden morfeem dat aan een ander morfeem wordt toegevoegd om zo een nieuw woord te vormen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.