får

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Deens

Uitspraak
  • IPA: /fɔːr/, [fɒːˀ]
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord fær

Zelfstandig naamwoord

får

  1. tegenwoordige tijd van

Zelfstandig naamwoord

får o

  1. (dierkunde), (zoogdieren) schaap
Verbuiging



Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • får
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord fær.
Naar frequentie 76

Werkwoord

får

  1. tegenwoordige tijd van

Zelfstandig naamwoord

får o

  1. (dierkunde), (zoogdieren) schaap
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • får
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord fær.

Werkwoord

får

  1. tegenwoordige tijd van (betekenis [A])
Synoniemen

Werkwoord

får

  1. tegenwoordige tijd van (betekenis [B])
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   får     fåret     får     fåra  

Zelfstandig naamwoord

får o

  1. (dierkunde), (zoogdieren) schaap
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Zweeds

Werkwoord

får

  1. tegenwoordige tijd van

Zelfstandig naamwoord

får o

  1. (dierkunde), (zoogdieren) schaap
Synoniemen
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen