exploiteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
exploiteren geëxploiteerd
exploitatie
Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·ploi·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
exploiteren
exploiteerde
geëxploiteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

exploiteren

  1. (overgankelijk) draaiende houden met winst
    Henk wil graag een bedrijf voor reclamezuilen exploiteren.
Synoniemen
Vertalingen