eerlijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- eer·lijk
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Middelnederlandse eerlijc (braaf), afgeleid van eer.
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | eerlijk | eerlijker | eerlijkst |
| verbogen | eerlijke | eerlijkere | eerlijkste |
Bijvoeglijk naamwoord
eerlijk
- vrij van leugen en bedrog
- Wees eerlijk en vertel de waarheid!
- op een gepaste, eervolle wijze
- Opdat het spel eerlijk zou verlopen, hield een opzichter hen in de gaten.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
Eerlijk(heid) duurt het langst.
- Uiteindelijk word bedrog toch gestraft.
Vertalingen
1. vrij van leugen en bedrog