eer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eer

Voegwoord

eer

  1. (formeel) voordat
    Het duurde lang eer ik zijn grappen waarderen kon.
Synoniemen
enkelvoud meervoud
naamwoord eer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eer v/m

  1. aanzien, roem
    Hij kreeg veel eer voor zijn werk.
  2. kuisheid.
    Wij deden dat in alle eer en deugd.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
eren

eer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eren
    Ik eer.
  2. gebiedende wijs van eren
    Eer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eren
    Eer je?


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eer -

Zelfstandig naamwoord

eer

  1. eer
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen